Zoeken

(VERHAAL) Gelukkig maar

Bijgewerkt: apr 22



Mijn opa vertelt een verhaal. Hij is oud geworden. Dat was hij mijn hele leven al, er heeft tussen ons altijd 61 jaar gezeten, dat verandert niet naarmate hij sneller oud wordt. Het valt me op hoe lang ik naast mijn opa ben op de foto die mijn vader van ons maakt, voorafgaand aan de dag dat we met z’n drieën met de zeilboot weg gaan. Zo lang ben ik niet, en dat was mijn opa ook niet, maar hij lijkt kleiner dan hij was. Wanneer ik naar hem kijk, zie ik het ook. Natuurlijk, mensen krimpen naarmate de leeftijd groeit, er is niet zoveel ruimte voor leven als er ooit was. Zijn ogen zijn ook kleiner, al lijkt het eerder dat ze dichter in zijn oogkassen zijn gekropen, als heremietkreeften die langzaam terugkeren om uiteindelijk de voordeur permanent dicht te gooien met de beslissing dat het welletjes is. Hij is een gelauwerd natuurfotograaf en gaat, zeker op dit soort tochten, niet zonder zijn prestigieuze camera’s van huis. De tas op zijn rug beschermt de camera’s van stoten en water, en is belachelijk groot. Hij lijkt op een brugklasser die denkt dat hij op zijn eerste schooldag al zijn boeken nodig gaat hebben.


Ik vraag hem naar geluk, ik weet niet hoe de gedachte in mij opkomt , ik vraag of er een moment in zijn leven was waar hij het meest geluk had. Hij denkt lang na. In zijn ogen kan ik niet ontdekken of dat is omdat hij geen moment weet of dat hij diep moet graven om de details van de herinnering te tekenen. Op een gegeven moment kijk ik weg, het duurt te lang om hem hoopvol aan te blijven kijken, wachtend op antwoord, het is onbeleefd om iemand op die manier onder druk te zetten, zeker bij zo’n grote vraag als deze, en dan begint hij plotskaps te brommen:

De bel ging luid, dit is geen schoolherinnering, maar een brandweerherinnering. In de tijd van mijn opa gebruikten ze nog een bel, althans dat zie ik zo voor me, ik weet niet of het echt zo is. De bel ging luid en in een brandweerkazerne kan dat maar één ding betekenen. Loeiende sirenes, hard door de bocht, de wagen zwaar van het water. Ze konden het onheilspellende licht van kilometers afstand tegen de wolken zien flikkeren. Voor het huis, nauwelijks een huis, staat het gezin wat in het huis woont. De koppen worden geteld, er tellen er dertien. Twee ouders, en mijn god, elf kinderen? De moeder grijpt een collega brandweerman in paniek bij de bovenarm, hij kan haar maar net verstaan over het donderende lawaai van de overkoepelende chaos heen. Haar jongens, haar jongens, op zolder, op zolder!


Mijn opa vertelt dat hij toen nog geen baard had, maar dat deze anders van de hitte in seconden van zijn gezicht verdwenen zou zijn. Zijn pak doorweekt en zwaar van het zweet. Hij heeft nu dezelfde baard als ik heb, maar dan in het wit. Hij lijkt een beetje op Sean Connery.

Op het dak lag gelukkig geen riet, zoals destijds bij boerderijen dikwijls het geval was, nee, het dak was bedekt met dakpannen. En bij de bouw van een boerderij dat een gezin van maar liefst vijftien koppen moet huizen, hadden de ouders besloten in verschillende kleuren dakpannen ‘JEZUS LEEFT’ op het dak te laten prijken. Vrouw en man waren zo vervuld van de Messias, zo gezegend met hun dertien stuks uitschot, dat Zijn leven (met een hoofdletter Z) op het dak gevierd moest worden. De benedenverdieping was reddeloos verloren, de meubels, de serviesverzameling en alle foto’s gereduceerd tot brandstof voor het onvermijdelijke. De eerste verdieping was nagenoeg in dezelfde staat, maar de jongens, de jongens, zij zaten op zolder!


Mijn opa doet het gezicht na, hoe de brandweermannen naar elkaar keken tijdens het krijgen van deze informatie. Ik moet er om lachen, want normaal trekt hij enkel gekke gezichten, met zijn kunstgebit half buiten zijn mond klapperend, de afkeurende blik van mijn oma. Hij negeert mijn gelach, ik ben teleurgesteld dat ik moet lachen, maar weet dat hij het niet vervelend vindt, snel, je gezicht in een plooi, een luisterende plooi. Toon je interesse met de intensiteit van je frons, niet omdat je geïnteresseerd wilt lijken, omdat je het bent.

Mijn opa zo klein schraapt zijn keel eens en wijst over het water naar de kade. Er hangt een lichte mist boven het water. Ik zie niet waar hij heen wijst, maar voor ik kan vragen wat ik aan het eind van zijn wijzende vinger moet zien, grijpt hij zijn kolossus van een camera en schiet tientallen foto’s per seconde. Een zilveren reiger, niet per definitie zeldzaam, maar een goede vondst. Met dezelfde snelheid als ik door mijn Twitter scroll bekijkt hij een gros van de foto’s en legt de camera weg. Zonder wijfeling gaat hij verder.


Ze konden de jongens horen schreeuwen, roepen, schreeuwen, dat ze op zolder waren, dat ze hulp nodig hadden, maar al die dingen waren bekend. Toch werd de intensiteit gedefinieerd met elke herhaling van de kreten. Het was tegen protocol, maar ze hadden geen keus. Er stond een met angstige liefde gevuld publiek te kijken naar een verschrikkelijk schouwspel. De oudste jongens van het stel, 17 en 19 jaar oud, dansend op een koord, in verhit duel met wat niet anders dan het lot mag heten. Mijn opa slingerde een ladder van de wagen, zette deze tegen de zijkant van het grotendeels verkoolde huis, en klom met de snelheid van een vluchtende hinde het dak op. Onder de eerste stap vond hij wat leek op vaste grond en zette in een opwelling van zelfvertrouwen een tweede stap. Verdoofd door de adrenaline had hij onder zijn zolen niet gevoeld hoe zwak de witte dakpannen waren, waarmee ‘JEZUS LEEFT’ was geschreven. De zwarte laag op de andere dakpannen had ze enigszins geïsoleerd en intact gehouden, maar de dakpannen van Jezus verbrokkelden bij de eerste aanraking.


Mijn kleine opa zakte door het dak en vertelt terwijl we naast elkaar stonden in de langzaam deinende punt van de boot, dat hij door een brandend dak is gezakt tijdens zijn tijd bij de vrijwillige brandweer.


Hij viel op een nog intact deel van de zoldervloer naast één van de schreeuwende jongens, die hem meteen omhoog hielp. De helft van het dak volgde mijn opa, maar miste zijn lichaam, en dat van de jongen van 17. De jongen van 19, de oudste van het stel, niet de grootste, maar wel de oudste, lang haar had hij, hij was bij zijn vader in de leer om prachtige meubels te maken. Hij stortte door de zoldervloer naar beneden, beneden, dieper dan het huis ooit leek, en hij werd verzwolgen door de vlammen. Door de opening die het ingestorte dak had gemaakt scheen de maan.


Een sprong, innig omarmd met de jongen van 17, smeulende wonden op zijn bovenlichaam, ogen spierwit in een gezicht vol roet en as, exploderende sterren in het niets van het heelal. Ze sprongen, landden, braken en kneusden enkele irrelevante lichaamsdelen, want ze hadden het leven.


Weer pakt mijn opa de camera erbij en hij komt nauwelijks over de rand van de boot heen, zo klein is hij. Wanneer je van ouderdom krimpt, krimpen dan je botten? Rimpelt de huid er los omheen omdat hun botten zo klein zijn geworden? Of wordt het geheel kleiner, als in Honey, I Shrunk the Kids, omdat het langzaamaan tijd is om weg te gaan?

Een zwaan zwemt voorbij, kop fier boven de mist uit. Ze heeft jongen, kijkt alert om zich heen. Mijn opa schiet furieus foto’s van de zwaan en haar jonkies. Met mijn ogen had ik ze nooit kunnen tellen, maar op de foto’s van mijn opa zijn ze haarscherp terug te zien.

Dat is het moment waar hij het meest geluk heeft gehad, vertelt mijn kleine opa op de dag dat we met de zeilboot weg gaan. Mijn vader, mijn opa en ik hebben de hele zomer aan de zeilboot gewerkt. Hij vraagt, niet zozeer aan mij als in het openbaar, of enkel aan zichzelf, of ik het moment bedoelde dat hij het meest geluk had, of het moment waarop hij het gelukkigst was. Dat hij dan misschien iets anders had verteld. Dit was het moment dat hij het meest geluk heeft gehad, zegt hij 52 jaar later.


Vanavond heb ik mijn kleine opa meegenomen in mijn linkerborstzak, ik geloof zelfs dat hij zijn camera bij zich heeft. Ik hoop het voor mij, en voor u, want op de een of andere manier, met zijn meegekrompen bescheiden ogen, ziet hij nog steeds meer dan ik.

  • White Twitter Icon
  • White Facebook Icon
  • White Instagram Icon
  • White YouTube Icon
  • White LinkedIn Icon

© 2020 by NICK FELIX.