Zoeken

(STUKJE) Zachte winters

Bijgewerkt: apr 22

Het is wat men een zachte winter noemt. Onder men versta ik dan Gerrit Hiemstra (een persoonlijk favoriet. Vurige haardos en immer strak bepakt. Om door een ringetje, of in zijn geval het oog van een orkaan, te halen) en consorten. De zachtheid van het winterseizoen is ook een bijzonder populair gespreksonderwerp op de stoel bij de kapper, in de voorstadia van een werkoverleg, of op de verjaardagen van iemand waar je komt omdat dat zo hoort.


"Zal het nog écht koud worden?" "Voor mij hoeft het zo niet. Als het dan koud is, laat het dan écht koud zijn." "It giet oan?"


Want dat is vaak de consensus van het gesprek. Dat dit kleine broertje van Grootvader Winter, dit slappe aftreksel van de snijdende kou van vroeger, niet genoeg is. De wind loeit ons fris om de oren, maar de straten kleuren niet meer dan een paar dagen wit, en it giet al helemaal niet oan. Het is niet echt winter.


Want echt winter, dat was het zoals ik zei, in het mythologische vroeger. Toen elk jaar tachtig procent van de Nederlandse bevolking tragisch maar eerlijk aan zijn einde kwam, bevroren als een omgevallen sneeuwpop in de berm. De dagen dat de Noordzee bevroor, en we eindelijk op bezoek konden bij de verre familie in Canada, omdat we geen geld hadden voor vliegtickets, en papa bij de garage betaalbare sneeuwkettingen op de kop had getikt. Toen de majestueuze mammoet en sabeltandtijger de Veluwse toendra bewandelden. Met elke stap een pootafdruk in de sneeuw achterlatend, die seconden later weer werd bedolven door de razende sneeuwstorm. De winter waar de nagels uit je vingers vroren, waar we sliepen in de houtkachel, waar we tennisrackets onder onze lamsbonten laarzen bonden om de laatste gewassen van een vriesdood te redden.


Laat het dan maar zo zijn, toch? In plaats van deze winter voor zachtgekookte nieuwe generaties? Welnee. Overdrijven is ook een vak, zeiden mijn basisschooljuffen regelmatig tegen mij. Dat advies nam ik ter harte en dus doe ik dat hier ook. Want het was daadwerkelijk stukken kouder in de jaren '40, of in de jaren '80. Ik herinner me foto's van kleine auto's op het ijs van de IJssel, tussen de schaatsers. Ik ben verre van oud, en zelfs ik heb winters meegemaakt waar het kwik op de thermometer 15 millimeters onder nul zakte. Dat was helemaal niet leuk. Dat was hartstikke koud.


Natuurlijk, je lichaam en je klaag-o-meter went aan temperatuur, en vriezen voel je minder als je het elke dag voelt. Je vingers, je tenen, je roodgekleurde neus wennen. Maar de koude winters van weleer als nostalgisch herinneren geven geen eerlijk beeld van hoe het voelt als Nederland nu met een koufront geconfronteerd wordt. Vijftienduizendmiljard kilometer file, strooizout wat na een aantal dagen tot de laatste korrel op is, bevroren autoruiten en dus klagende buren, overal nat en verkleumd aankomen, en niet te vergeten de nevelende depressie veroorzaakt door een chronisch gebrek aan zonlicht.


Wel mis ik de filmpjes waarin mensen voorzichtig hun pantoffels heen en weer schuifelen over de bevroren oprit, om de brievenbus te legen, of de kliko aan de weg te zetten. Cartoonesk uitglijden is gewoon veel grappiger wanneer het iemand met een piekerige ochtendcoupe in hun badjas overkomt. Niet getreurd, misschien krijgen we volgend jaar wel weer een horrorwinter. Het fijnste aan al die wispelturige seizoenen die voldoen of teleurstellen: het wordt vanzelf tijd voor een nieuwe, en weer een nieuwe, om een jaar later, vlak na Sinterklaas weer te vragen: 'It giet oan?'


gif

  • White Twitter Icon
  • White Facebook Icon
  • White Instagram Icon
  • White YouTube Icon
  • White LinkedIn Icon

© 2020 by NICK FELIX.